Wat is dyscalculie?

Wat is dyscalculie?

Uw kind heeft rekenproblemen en misschien denkt u wel aan dyscalculie? Of denkt u zelf, heb ik dyscalculie? Maar hoe herkent u dyscalculie en wat zijn rekenproblemen en wat kunt u hieraan doen?

Dyscalculie betekent letterlijk ‘niet kunnen rekenen’. Er zijn hardnekkige problemen met het leren en vlot en accuraat oproepen en toepassen van reken- en wiskundekennis. Deze problemen worden niet veroorzaakt door een gebrek aan intelligentie, motivatie of te weinig onderwijs.

Wat zijn (ernstige)rekenproblemen?

Rekenproblemen kunnen ontstaan als een kind:

  • Het onderwijs niet goed aansluit bij de onderwijsbehoeften van het kind
  • Moeite heeft met de concentratie
  • Een zwak werkgeheugen heeft
  • Het kind niet vlot en accuraat de geleerde rekenkennis kan oproepen en toepassen.

Echter….Als met extra hulp en instructie de inzicht in getallen en bewerkingen toeneemt, wordt de rekenachterstand ingelopen en is er geen sprake van dyscalculie maar van (ernstige)rekenproblemen.

Een paar feiten over dyscalculie:

  • 8-15% heeft moeite met rekenen, daarvan heeft 2 -3% dyscalculie
  • Dyscalculie komt voor bij ongeveer 2-3% van alle leerlingen.
  • Drie keer zoveel jongens als meisjes hebben dyscalculie.
  • Bij dyscalculie speelt erfelijkheid een grote rol maar kan bijv. ook ontstaan door problemen bij de geboorte of tijdens de zwangerschap.
  • Het heeft niets te maken met intelligentie

Hoe is dyscalculie te herkennen?

Er zijn meerdere symptomen in onze verschillende levensfases waaraan u dyscalculie kunt herkennen.

Groep 1 en 2
In deze groepen wordt veel aandacht besteed aan voorbereidend rekenen. We noemen dit ook wel ‘ontluikende gecijferdheid’.
Dit bestaat uit de volgende onderdelen:

  • Getalbegrip, zoals groot-klein, hoger-lager enz.
  • Ordenen, van klein naar groot enz.
  • Tellen t/m 10.
  • Rekentaal. Begrippen kunnen gebruiken die bij het rekenen belangrijk zijn, zoals; voor, achter, rechts, links, morgen, gisteren, zwaar, licht, meer, minder enz.

Kinderen met dyscalculie hebben vaak moeite met deze begrippen en met het tellen, zelfs als ze al in een hogere groep zitten.

Groep 3 t/m 8

Signalen:

  • Langdurige, (zelfs als ze volwassen zijn)gebruik maken van de telrij om (eenvoudige) rekenopgaven op te lossen, waarbij ze de bij het tellen vaak stiekem op hun vingers meetellen.
  • Het vlot en geautomatiseerd rekenen komt niet opgang.
  • Kinderen met dyscalculie zijn zwak in het ophalen van rekenfeiten uit het geheugen, terwijl ze verder geen geheugenproblemen hebben.
  • Ze raken vaak de draad kwijt bij rekenopgaven waarbij tussenstappen moet worden onthouden.
  • Er wordt steeds vergeten wat al geoefend is.
  • Wat ze geleerd hebben vinden ze moeilijk om bij een andere opgave weer toe te passen, waardoor iedere opgave op zichzelf staat.
  • De geleerde rekenstrategieën worden verkeerd toegepast.
  • Maakt veelvuldig omkeringen in een getal bijv.35 wordt 53
  • Heeft problemen met de plaats van een getal in een getallenrij.
  • Er wordt geen controle uitgevoerd op de werkwijze, noch op de uitkomst.
  • Niet vlot kunnen omgaan met geld.
  • Moeite met leren klokkijken.
  • Moeite met het leren van de tafels.
  • Weinig tijdsbesef.
  • Gebrekkig richtingsgevoel
  • Vaak is er sprake van faalangst op rekengebied

Middelbare school

In het voortgezet onderwijs blijven leerlingen met dyscalculie vaak bepaalde hardnekkige problemen houden. Signalen op de middelbare schoolleeftijd zijn onder andere:

  • Veel problemen met breuken, decimalen, percentages, de waarde van getallen, meten en schatten
  • Een langzaam rekentempo en veel moeite met hoofdrekenen als gevolg van het niet voldoende geautomatiseerd beheersen van de basissommen zoals de tafels
  • Moeite met het uitspreken en de getalwaarde van grotere en complexe getallen zoals getallen met decimale cijfers
  • Moeite met het onthouden van rekenbegrippen (bijvoorbeeld ‘kwadraat’, rekenregels (zoals het vereenvoudigen van breuken) en symbolen (zoals x2)
  • Visueel-ruimtelijke problemen die zich bijvoorbeeld voordoen bij het werken met tabellen en kaarten
  • Niet vlot kunnen omgaan met geld en dus niet vlot kunnen betalen bij de kassa
  • Moeite blijven houden met klokkijken en daardoor bijvoorbeeld niet snel genoeg vertrektijden op het station kunnen lezen

Hoe en wanneer is dyscalculie te testen?

Een dyscalculieonderzoek kan pas afgenomen worden eind groep 5, begin groep 6. Pas dan heeft een kind alle onderdelen van het rekenonderwijs gehad. Het kind kan doorgestuurd worden voor een dyscalculieonderzoek naar een orthopedagoog of psychoog als:

  1. De school minimaal 6 maanden extra rekeninstructie heeft gegeven.
  2. Deze rekeninstructie is omschreven in een handelingsplan of groepsplan.
  3. Als het kind op zijn cito-scores, drie toetsperiodes achter elkaar D- of E-scores heeft.

Indien blijkt dat het kind dyscalculie heeft, wordt er een dyscalculieverklaring afgegeven. Het kind heeft dan recht op allerlei extra voorzieningen zoals bijv. extra tijd bij examens.

Hoe is dyscalculie te behandelen?

De hulp wordt gegeven door een gespecialiseerde dyscalculiebehandelaar. De begeleiding is ‘maatwerk’.
Er wordt tijdens het behandelen weer teruggegaan naar basisvaardigheden zoals:

  • Getalinzicht
  • Automatiseren van de sommen.
  • Wat is de waarde van elk cijfer in een getal
  • Het aanleren van één strategie voor het uitrekenen van de sommen.
  • Psycho-educatie. Het kind weer plezier geven in het rekenen en het geven van zelfvertrouwen.

Wat kan je thuis doen voor je kind met rekenproblemen of dyscalculie?

  • Blijf je kind aanmoedigen en ondersteunen bij het accepteren en het leren omgaan met dyscalculie.
  • Ga samen boodschappen doen en laat het kind betalen.
  • Speel gezelschapspelletjes waarbij het kind veel moet tellen.
  • Er zijn veel computerspelletjes of apps waarbij het kind spelenderwijs kan rekenen.
  • Ga samen koken en laat het kind wegen enz.

Bekijk een filmpje van Klokhuis met uitleg over dyscalculie.